Het zand zit ondertussen overal. In zijn broekzakken, zijn t-shirt en in zijn mond. Hij kan niet meer. Compleet kapot. Hij weet geeneens meer hoe hij hier terecht is gekomen. Het is midden in de nacht en in de verte hoort hij een uil. Hij gaat tegen een boom zitten en kijkt naar het maanlicht dat door de stekels van een pijnboom schijnt. In de lichtstraal vliegen mugjes in een schijnbare stoflaag. Wanneer hij achterom kijkt ziet hij een pad met een naambord.
‘Paradijsweg’, ziet hij staan en de herinneringen komen weer naar boven. Hier kwam hij vroeger altijd als jongetje van dertien, veertien jaar. Hevig verliefd en zwaar gehormoniseerd probeerde hij hier zijn rust weer te vinden. Hij fietste dan uit school naar deze plek en kon hier zomaar uren zitten. Dan werd hij rustig en kon het leven weer even aan. Was hij om die zelfde reden nu weer terug gegaan? Was zijn leven echt zo'n chaos geworden dat hij het niet meer wist?
Hij gaat op het zand liggen en kijkt omhoog naar de sterren. Hij luistert, ruikt en loopt bewust zijn zintuigen af. De alcohol heeft hem wel een bonkende koppijn bezorgd. En niet voor het eerst. Terwijl hij daar zo ligt en aan niets probeert te denken, hoort hij plotseling het klappen van vleugels. Aan het geluid te horen nadert er een flinke vogel. "Het moet die uil wel zijn", denkt hij en gaat meteen rechtop zitten. Hij kijkt naar de pijnboom tegenover hem en ziet de uil op een tak zitten. Het maanlicht reflecteert in de grote ogen. De uil kijkt hem aan. Hij 'leest' de imposante kijkers en ziet zichzelf zitten in de spiegeling van haar iris. Verdriet maakt zich van hem meester.
Ineens realiseert hij zich de oppervlakkigheid van zijn bestaan, de farce waarin hij leeft, het toneelstuk waarin hij de hoofdrol speelt. Sinds zijn relatie twee jaar geleden was uitgegaan, had hij alleen maar in de kroeg gehangen; geleefd in nevel. De klap werd des te groter toen zijn voormalige geliefde na korte tijd een nieuwe partner had gevonden waarmee zij subiet ging trouwen. Iets waar ze bij hem altijd 'nee' op had gezegd. “Zou hij nu voorgoed alleen blijven? Zonder vrouw en kinderen? Een oude vrijer die op zijn vijftigste nog danceparty’s afstruint op zoek naar jong geluk?”.
Al deze destructieve gedachten schieten door zijn hoofd, terwijl er een treurige boosheid naar boven komt. “Dit niet meer”, is de volgende gedachte en het verdriet maakt plaats voor vastberadenheid. De uil strekt de vleugels en duwt zichzelf met haar scherpe poten omhoog. Slechts één korte slag heeft de uil nodig om naast hem op het zand te belanden. Een magisch moment. De uil doet drie stappen en staat vlak naast hem. Ze pikt hem zachtjes in zijn arm alsof ze hem wakker wil maken en kijkt hem nog één maal aan alvorens weg te vliegen richting de zakkende maan. Hij staat op, schudt het zand van zijn kleren en slaakt een oerharde kreet en loopt westwaarts over de Paradijsweg, op weg naar het licht. Daar waar het ooit heel donker was.



1 comment
Reactie van Topinuzzo
25 October 2009 om 12.50 uur •
Heel mooi geschreven !! :o)
Leave a comment